Hoi spionnen, pionnen van me.
Waarschijnlijk zijn jullie wel benieuwd waar en wanneer ik mijn boeken schrijf. Hieronder vind je een interview dat een journalist, Randy de Ratelslang, van de Animalaanse krant onlangs van ma afnam. Daarin vind je waarschijnlijk al heel wat antwoorden op je vraagjes.
Goedenacht, Don. Het is eerlijk gezegd de eerste keer dat ik 's nachts een interview van iemand afneem. En dan ook nog in de kelder van een kasteel. Geen gewone plaats.
Sorry, maar ik zit middenin een spionageopdracht. Dit was de veiligste plaats.
Jij hebt zoveel opdrachten! Wanneer heb je nog tijd om je boeken te schrijven?
Tussen de opdrachten door. Dikwijls 's nachts. Soms schrijf ik ook tijdens mijn opdrachten. Dan steek ik een microfoontje in mijn lolly en spreek ik in wat er gebeurd. Na mijn avontuur tik ik het verhaal dan uit. Het is eerder een verslag. Ik schrijf op wat er is gebeurd, wie ik heb ontmoet en welke schurken ik heb gevat. Maar het moet soms snel gaan want ze zitten me steeds op de hielen. Daarom maak ik eigenlijk vooral notities die ik dan telkens op een andere manier aan mijn "redacteurs" bezorg. Ook zij zijn spionnen en mogen niet bekend worden. Soms werp ik mijn rapporten in een lege fles in zee, soms stuur ik ze op in een geheim schrift of met onzichtbare inkt.
Wat vind je zo leuk aan boeken schrijven?
Ik vind het vooral leuk dat ik mijn spionnenlezertjes kan laten genieten van de avonturen die ik heb meegemaakt.
Als je moet kiezen tussen spion en schrijver zijn. Wat zou je kiezen?
Dat is een moeilijke vraag. Ik ben allereerst spion, een man, eh, een kameleon van de daad. Ik zeg altijd: kama kama kameleons. Maar ik zeg ook altijd: geen woorden maar daden! Een schrijver kan wel eens beroemd worden, een spion mag dat niet. Daarom kan ik me verstoppen achter mijn "spookschrijvers". Maar wie dat zijn is ook een geheim (knipoogt).
Waarom zijn er niet eerder boeken over jouw avonturen verschenen?
O, maar ik heb mijn avonturen altijd opgeschreven, hoor. Ik heb al meer dan 3000 opdrachten tot een goed einde gebracht voor het Geheim Dierenverbond. Pas nu verschijnen mijn eerste boekjes omdat de regering van Animala pas nu goedkeurde dat mijn avonturen als leesboek zouden verschijnen. Het is namelijk belangrijk dat ik mijn identiteit als superspion niet prijsgeef. Maar wees gerust, ik heb genoeg vermommingen om als spion in het geheim tewerk te blijven gaan.
Wat vind je van de tekeningen in je boeken?
Die zijn schitterend! Spiontekenaar Stedho is een supertalent. Het heeft me ook heel wat spionagewerk gekost om de beste tekenaar te vinden, hoor!
Wat vinden je vrienden en makkers van de boeken?
Harry wil altijd zo veel vertellen dat hij natuurlijk liever een boek van 500 pagina's zou willen maken. Hij heeft eens geprobeerd om me een verhaal te dicteren, maar hij praatte zo snel dat ik al snel in de knoop lag en alle kleuren van de regenboog uitsloeg (lacht). Maar hij is wel trots natuurlijk. Hij wil dat iedereen de Don-Kameleon-boekjes leest, behalve de salamanders natuurlijk. Enfin, Harry denkt dat die sowieso toch niet kunnen lezen.
En Paddy?
Paddy is altijd heel rustig. Hij heeft ook een enorm goed geheugen. Hij zegt dat hij nog heel veel oude verhalen in petto heeft, over mijn vader bijvoorbeeld. Hij heeft me beloofd ook deze verhalen te vertellen, maar enkel als de tijd rijp is.
Esmeralda vindt het zeker heel tof om in een heldenverhaal mee te spelen?
Ja, zij wil het liefst van al veel interviews geven en foto's laten maken van zichzelf, maar ik heb haar verteld dat dat veel te gevaarlijk is. Ze moet uit de schijnwerpers blijven of ze brengt iedereen in gevaar. Soms ziet ze een tekening van Stedho en dan heeft ze bijvoorbeeld spijt dat ze een witte jurk in plaats van een rode jurk heeft aangetrokken. Nu goed, je weet hoe wispelturig vrouwen kunnen zijn. En salamander-vrouwtjes, die hebben het zelfs dubbel zo erg (lacht).
Bedankt voor dit interview, Don Kameleon. Misschien nog één laatste vraagje. Is de, euh, wat was dat geluid?
Kam Kama Kameleons! Ze zijn me op het spoor gekomen! Het is te gevaarlijk om nog verder te praten. Blijf hier in de kelder. Ik zal me wel vermommen. Dáág!
Maar, waar ben je nu gebleven?
Ik zit op de muur en heb de kleur van de grijze stenen aangenomen. Haast je: ga ervandoor en laat mijn lezertjes vooral weten dat alles goed met me gaat.
Voorlopig toch!






